Du holde Kunst - over de liedkunst
Bewerking van een detail van het manuscript van 'An die Musik' met de woorden 'Du holde Kunst' in het handschrift van Schubert

Du holde Kunst- over de liedkunst

Liederen en duo’s

Adèle Charvet, mezzosopraan met pianist Florian Caroubi, foto Swinkels van Hees

Improviseren is ook een kunst, of misschien moet je het wel omdraaien: kunst is altijd voor een belangrijk deel improvisatie. Dat geldt in ieder geval voor de voorbereiding van het 51e Internationaal vocalisten Concours, dat oorspronkelijk gepland was als een zangconcours, maar uiteindelijk de geschiedenis in ging als het enige IVC dat uitsluitend aan lied gewijd was.

De normale grote zaal aan de Parade bleek namelijk kort voor het concours niet beschikbaar zodat men naar kleinere gelegenheden moest uitwijken. De concentratie op het lied gaf dat genre in ieder geval de aandacht die het verdiende.
De finale zelf had een vreemde spanningsboog. Hij begon met de IJslandse bariton Oddur Jónsson die samen met de Oostenrijkse pianiste Judit Valerie Engel het podium betrad. IJsland en Oostenrijk, dat klinkt als ene vreemde combinatie en zo klonk het ook. Jónson zong technische niet slecht, maar vrij vlak en rustig. Engel daarentegen was nogal onrustig zoals een jonge hond die met een te oud baasje op pad ging. Noch in expressie, noch in tempo waren ze op één lijn. Ik had het idee dat wanneer het concours vanaf het begin als lied-concours was opgezet, men een betere kandidaten had kunnen vinden, dan dit duo. Het duo zelf was in ieder geval verbaasd dat ze zover hadden kunnen komen.
Daarna volgde Adèle Charvet, mezzosopraan met pianist Florian Caroubi. Zij voerden achtereenvolgens Debussy, Haydn, Schumann Brahms en Wolf uit. Het programma stemde qua inhoud niet vrolijk, maar de uitvoering des te meer. Charvet viel vrijwel meteen op doordat ze zich vrijwel geen moment erom bekommerde of haar stem wel van voldoende formaat leek te zijn. Haar aandacht was volledig bij de inhoud en sfeer van de liederen, zodat ze vaak een gedurfd pianissimo inzette. Daartoe kreeg ze dan ook alle gelegenheid van pianist Caroubi. Caroubi was niet zoals Charvet volledig bij de muziek, maar had ok nog eens alle oor voor Charvet. Hij wist haar op een vrijwel ideale manier te ondersteunen, in de eerste plaats door volume en tempo volledig op haar af te stemmen (dat zou immers vanzelfsprekend moeten zijn, maar dat is het helaas zelden!). Door zijn zeer muzikale en gevoelige uitvoering gaf hij haar echter ook de gelegenheid qua gevoel en interpretatie dicht bij haar ideaal te komen. Ondanks het feit dat Charoubi zijn eigen kwaliteiten welhaast verborg, werd heel duidelijk dat hij een werkelijk uitstekend pianist is – ook de beste van dit concours. Datzelfde gold m.m. uiteraard voor Charvet. Charvet slaagde er ook in mij en het publiek echt te raken en dat is zeker bij een concours een grote verdienste.


Daarna volgde het Poolse duo Artur Ro’zek, bariton, met pianist Tomasz Pawlowksi, die het concourswerk Lunam, ne quidem Lunam uitvoerden. Roszek is een goede zanger, maar ik heb hem bij andere gelegenheden beter horen zingen. Na de pauze keerden Charvet en Caroubi nog eens terug om datzelfde werk uit te voeren, voor de Diorapthe Compositie Prijs. Hun uitvoering had voor mijn gevoel net dat beetje extra, dat het vorige duo miste.

Henry Neill (UK) en Frederick Brown vervolgden met het normale Lied Duo programma. Over hun uitvoering kan ik vrij kort zijn: Neill heeft een geweldige (opera-)stem, die zonder enige twijfel in de komende jaren nog aan donkere klankkleur en kracht zal winnen. Qua expressie, partituurgetrouwheid en uitspraak liet zijn uitvoering echter veel te wensen over en bij Brown kreeg ik het gevoel dat hij hem vooral begeleidde om Neill een plezier te doen, niet omdat hij nu zo gegrepen was door de muziek.

Het laatste duo bestond uit de Franse sopraan Marie Perbost en de eveneens Franse Joséphone Ambroselli Brault. Zij lieten een concours-programma horen, dat zowel qua inhoud als qua uitvoering er vooral op gericht leek de kwaliteiten van Perbost te laten horen. Daar slaagden ze slechts gedeeltelijk in. Erger was, dat Perbosts expressie vooral ingestudeerd leek. Een absoluut dieptepunt was de manier waarop ze het woord ‘Kuss’ zong in Schuberts Gretchen am Spinnrade. De grotendeels vibratieloze en te lange noot wekte nog het meeste de indruk alsof Gretchen Fausts mond met walging op de hare voelde. Misschien was het gewoon een noot die er verkeerd uit kwam maar bij de belangrijkste noot uit het lied en m.i. van haar programma en mogelijk zelfs van de avond mag zoiets nooit geburen.

Daarmee was meteen ook duidelijk wie de winnaars waren: mezzosopraan Adèle Charvet en pianist Florian Caroubi. Zij wonnen de Junior Jury Prijs, de engagementsprijs van de Vrienden van het Lied, de Persprijs, de Diorapthe Compositie Prijs en de hoofdprijs: de naar de overleden Eugène Pannebakker vernoemde Lied Duo Prijs. Halvefinalisten Michael Wilmering en Javier Rameix ontvingen de Prijs van de Vrienden van het IVC. Ik heb ze dit keer niet gehoord maar bij een andere gelegenheid maakten ze grote indruk op me.
Een geslaagde IVC-finale die voor mij in deze vorm – met ene kleine wijziging – zeker voor herhaling vatbaar was. Die wijziging betreft dan de jurering: hoe belangrijk de uitvoering en de samenwerking van een duo ok is, ik had graag gezien dat de zanger en de pianist ook apart beoordeeld zouden zijn. Dat is eerlijker voor zowel zanger, pianist als duo. Het zal ongetwijfeld een heroverweging van de vele prijzen die het IVC uitkeert inhouden, maar ik denk dat het de aantrekkingskracht van het concours zal vergroten, in ieder geval voor het geval dat het in wissel een liedduo-concourss zou worden.

De jury bestond uit Hans Eijsackers, David Selig, Aart-Jan van de Pol, Annett Andresen, Robert Holl en Elly Ameling en Jard van Nes. Van de Pol is programmeur van de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Ik hoop van harte dat hij het winnende duo Charvet  en Caroubi in de Kleine Zaal brengt. Zowel Holl als Ameling zijn ook geprogrammeerd in het festival als docent van een masterclass. Unieke gelegenheden voor deelnemers en publiek om een blik achter de schermen van de liedkunst te krijgen. Die van Holl vond helaas al plaats, maar de masterclass van Ameling op 30 september kunt u nog bijwonen, zie de agenda.

Tussen twee werelden

Bariton Henk Neven en Gruppo Montebello o.l.v. Henk Guittart in Heerlen op 20-8, foto Dré de Man.

De weemoedige klank van de hobo en de hoorn zetten in de eerste noten van Mahlers Kindertotenlieder al de toon. Bij een pianoversie blijft daarvan alleen de melodielijn over. Bij de orkestversie daarentegen moet de zanger soms net iets te veel volume produceren om alle in de tekst beschreven gevoelens uit te drukken. Gruppo Montebello o.l.v. Henk Guittart gaf Henk Neven tijdens het Orlando Festival twee keer de mogelijkheid om het beste van de twee werelden te combineren. Een dubbele concertbespreking.

‘Langsam und schwermütig, nicht schleppend’  schrijft Mahler bij het eerste lied. Langzaam en niet slepend zijn vrij gebruikelijke aanduidingen, maar van zwaarmoedig (weemoedig, zo u wil) kun je dat moeilijk zeggen. Het past wel bij de uiterst tragische inhoud van de liederen. Vaak heeft melancholie in de romantiek en laatromantiek betrekking op het verlies van een partner, maar in dit geval betreft het een verlies dat in ieder geval nominaal dubbel zo zwaar weegt. Mahler verloor namelijk twee dochtertjes - net als Friedrich Rückert, de tekstdichter. De laatste schreef meer dan vierhonderd Kindertotenlieder, en deze vormden ook min of meer het einde van zijn carrière: dat verlies ontnam hem ook zijn woorden, zo schreef hij zelf. Vijf van zijn Kindertotenlieder zijn in ieder geval sprekend genoeg geweest om de componist tot een van zijn mooiste werken te inspireren. Ze doen soms oriëntaals aan in hun herhalingen en die herhalingen passen uiteraard heel goed bij muziek waar teksten vaak ook buiten de bedoelingen van de dichter om herhaald worden.

Bariton Henk Neven en Gruppo Montebello o.l.v. Henk Guittart in Maastricht op 19-8, foto Dré de Man.

Het hobo-hoorn samenspel aan het begin zet de toon voor beide uitvoeringen: iets sneller dan sommige orkestrale uitvoeringen, maar vooral zachter. Neven zet daarna nog weer iets zachter in en zingt de ‘e’ in Nacht pianissimo, zoals het ook in de partituur staat, maar niet altijd gezongen wordt. Neven en het ensemble onder leiding van Henk Guittart kiezen voor een bijna lyrische aanpak. Zo zingt Neven het ‘Heil! Heil sei dem Freudenlicht der Welt‘ aan het eind van het eerste lied (Nun will die Sonn so hell aufgehen) niet ‘mit Erschütterung’ maar lyrischer.
Lyriek en pianissimi zijn opvallend voor deze uitvoering, de forti zijn – uiteraard -  minder indrukwekkend dan in een orkestversie, maar daarvoor zijn de pianissimi – en de stiltes -  veel indrukwekkender. ‘Nun seh ich wohl so dunkle Flammen’ begint even pp zoals het er ook staat en dat zorgt meteen voor een fraaie klankharmonie van Nevens bariton met vooral de uitmuntend spelende Ingrid Geerlings en met klarinettist Alan Kay. Bij Leuchten (‘Ihr woltet mir mit eurem /// Leuchten sagen’), kiest Neven een geheel ander register, wat helemaal overeenkomt met de pp’s bij de instrumenten. Ook het eind  ‘doch sind es nur Sterne’, waar Sterne ‘subbito pp’ heeft, kiest Neven voor deze aanpak, die zeer goed harmonieert met de ensembleklank.

Dat alles wil niet zeggen dat Neven grotere volumes schuwt,  waar in de partituur ‘mit ausbrechemdem Schmerz (‘ob du des Vaters Zelle’) staat bijvoorbeeld, weet hij genoeg volume op te brengen. Toch had de Schmerz voor mij wel wat meer mogen uitbreken – maar misschien is dat ook wat veel gevraagd, één stemtype kan nu eenmaal zelden alle klankkleuren en volumes beheersen. Sowieso staat de partituur vol met uitdrukkingen die op het gevoel betrekking hebben, die niet altijd even gemakkelijk uit te voeren zijn. Waar Dietrich Fischer-Dieskau bijvoorbeeld deze gevoelens soms (te) duidelijk tot uitdrukking brengt, verkiest Neven meer een aanpak die meer een ensembleklang oplevert – geheel in lijn met de traditie van het Orlando Festival, waar alles draait om het samen musiceren.
Bij ‘Oft, denk ich, sie sind nur ausgegangen‘ is er een duidelijk verschil te horen tussen de uitvoering van vrijdag in de Maastrichtse St. Janskerk (overigens een première voor Neven) en zaterdag in de Heerlense Schouwburg, mogelijk ook door de kunstmatige akoestiek in de Heerlense zaal. (De Heerlense schouwburg op het DDR-achtige Van Grunsveldplein is verder een slechte remplaçant voor het helaas nog steeds gesloten, maar grote en fraai klinkende Wijngrachttheater in Kerkrade). In Maastricht was er meer lyriek en ook meer verschil tussen de herhaalde strofes. Dat is ook uiterst functioneel, want het lied gaat de eerste fase van een rouwproces, en de versterking in de herhaling had vrijdag het effect van iemand die in zijn eigen zelfbegoocheling gaat geloven.

Bariton Henk Neven en Gruppo Montebello o.l.v. Henk Guittart in Maastricht op 19-8, foto Dré de Man.

Bij het vijfde lied (In diesem Wetter, ‘mit ruhelos schmerzvollem Ausdruck’) is dat verschil tussen beide avonden nog groter. In het tweede deel van het lied (‘langsam wie ein Wiegelied’, terwijl bij de zangstem staat zacht tot aan het einde) was Neven de eerste avond samen met fluitiste Geerlings zeer zacht in een vrij zwak gesteund hoog register. Daardoor klonk hij heel mooi samen met Geerlings wat een zeer aangrijpend moment opleverde. De tweede avond was dat nog steeds zacht maar toch minder opvallend zacht – en minder aangrijpend. Wel klonk het meer als in één stemregister dus ik begrijp waarom Neven voor een andere aanpak koos, maar ik voelde meer voor de klank van vrijdag, die ook heel goed uitdrukking gaf aan het door Rückert beschreven gevoel.
De variatie tussen verschillende concerten is nu juist wat het bezoeken van een concert – in vergelijking tot het luisteren naar opnamen -  tot zo’n bijzondere gebeurtenis maakt: vaak is het gewoon mooi, maar soms gebeurt er iets dat waardoor je het gevoel heb iets mee te maken dat zeer uniek is. Ook de uitvoering van zaterdag was bijzonder genoeg om de luisteraar achter te laten met het gevoel dat hij nog meer zou willen horen. Gelukkig volgde daarna Wagner/De Leeuw (voor de volledigheid: de Kindertotenlieder werden voorafgaan door Regers Romantische Suite in een bewerking van Schönberg en Kolisch).

Ik ben erg nieuwsgierig naar hoe Nevens Kindertotenlieder zich verder zullen ontwikkelen, zonder twijfel zal hij erin slagen in toekomstige concerten de goede dingen van beide avonden te verenigen.
Beide avonden liet Neven overigens een uitstekende dictie horen, die ook de zachtste passages verstaanbaar maakte, daarbij vrijwel ideaal ondersteund door het ensemble Gruppo Montebello o.l.v. Henk Guittart. Neven zelf zei dat hij deze versie prefereerde boven een pianoversie. Nevens stem en interpretatie kwam dan ook erg goed tot zijn recht kwam in dit samenspel.

Orlando Festival
De concerten maakten deel uit van het kader van het Orlando Festival. Dit kamermuziekfestival bestaat sinds 1982 en vindt plaats in en rond het twaalfde-eeuwse klooster Rolduc te Kerkrade, zie verder: http://www.orlandofestival.nl.

De concerten zijn opgenomen door AVROTROS en één van beide is terug te luisteren via www.radio4.nl.

Het festival kende andere hoogtepunten maar die vielen (nog) niet binnen het bestek van Du holde Kunst – of pasten niet in de agenda van uw recensent. Niettemin een heel korte onvolledige opsomming van m.i. memorable concerten: Rossini-liederen door Axel Everaert, tenor en Hardy Rittner, piano, alle concerten m.m.v. Livia Sohn, viool, concerten door het  Rusquartet en het Lafayette kwartet en optreden van zangers uit de masterclass van Axel Everaert (namen volgen) m.n. door de begeleiding van Sofia Raichenko, piano en het concert door organist Tjeu Zeijen deels i.s.m. Livia Sohn viool en Mikhal Nemtsov, cello (Rheinberger), en Ksenia Zhuleva, altviool (Dupré op. 52).

Dré de Man

(Gehoord: 19 augustus St. Janskerk, Maastricht & 20 augustus Parkstad limburg Theater, Heerlen. De foto's zijn deels tot stand gekomen i.h.k. van een cameratest.)

Stilstand en vooruitgang
Door een combinatie van extreme drukte, praktische omstandigheden zoals de verhuizing naar Limburg, technische problemen en een erg beperkt budget, is er op Du holde Kunst helaas erg weinig activiteit te zien geweest. Dat gaat vanaf augustus 2016 veranderen. Ook zal de focus van Du holde Kunst een beetje verlegd worden: de liedkunst blijft het belangrijkst, maar af en toe worden er uitstapjes gemaakt naar andere gebieden van de klassieke muziek die extra aandacht verdienen, zoals kamermuziek. Verder worden op dit moment de mogelijkheden tot samenwerking met de Schubert Sichting onderzocht.

Nieuwe masters

Van links naar rechts: Roger Braun, Ellen van Lier, Daniel Johannsen, Jan Petryka, Henk Neven & Robert Holl tijdens de vriolijke Franz op 12 oktber 2014, foto: Dré de Man


‘Kennen Sie eine fröhliche Musik? Ich nicht!’ Deze door Bauernfeld genoteerde uitspraak van Schubert wekt de indruk dat de titel van het gezamenlijke door de Vrienden van het Lied, omroep Max en de Doelen georganiseerde concert een misnomen is. Volgens Robert Holl ten onrechte, omdat wij in het Nederlands het eendimensionale woord vrolijkheid gebruiken, ook daar waar ‘Heiterkeit’ bedoeld wordt. Heiterkeit was er volop in het concert, soms ook vrolijkheid, melancholie maar vooral prachtig uitgevoerde ensemblemuziek van Schubert.

Lees verder

Lied Duo Finale IVC 2014

Masterclass duo van Nes / Gage

100 procent concentratie, nul procent ijdelheid, halve finale Lied Duo IVC 2014

De tuinman, Maarten Koningsberger en de dood

Petibon contra Petitbon
Patricia Petitbon tussen de schuifdeuren

Franz Schubert of Florian Boesch.
Die schöne Müllerin door Florian Boesch en Maclolm Martineau in twee verschillende concerten

Vocallis en Du bist wie eine Blume
Verslag Festival Vocallis met twee liedconcerten

Vollmond zonder veel Bergeshöhn
Kate Royal in het Concertgebouw

Een vanzelfsprekende bijzonderheid
Schubertiade-interview met Robert Holl

Thomas Oliemans sluit Schubert-serie deels erg fraai af
(derde uit de serie Schubert-cycli door Oliemans en Martnineau)

Mooie en consequente Winterreise (tweede uit de serie Schubert-cycli door Oliemans en Martnineau)

Zelfmoord met Prozac (recensie van Die schöne Müllerin door Thomas Oliemans, het eerste van zijn drie Schubert-cyclus-concerten)

De andere stem van Robert Holl (recensie Robert Holl en András Schiff, Schubertiade 2013)

Liefde is ... (recensie Bernarda en Marcos Fink Schubertiade 2013)

Schubertiade 2013 (algemeen artikel over Schubertiade)

Mooi debuut maar nog mooiere verwachtingen (recensie Maximilian Schmitt Schubertaide 2013)

Fraai maanlicht bij Güra recensie Werner Güra en Christoph Berner Schubertiade 2013

Nur wer die Sehnsucht kennt recensie Carolina Ullrich, Marcelo Amaral Schubertiade 2013

Vertellers en perspectieven (Recensie Prégardien/Gees Schubertiade 2013)

Emotie of perfectie? (Recensie Juliane Banse Amsterdam Muziekgebouw aan 't IJ 24 mei)

Angelika Kirchschlager subtiel en
temperamentvol

Meer recensies >>>

Terug naar de actuele beginpagina

Over deze site

Kelly God: freudsam und leidsam

Angelika Kirchschlager subtiel en
temperamentvol

Hoog niveau bij International Student LiedDuo Competition

Vijftig tinten goud:
Händel-aria's door Kirchschlager

Poëzie of toneel

Authentieke Frauenliebe und -leben

Vitt land revisited

Hugo Wolf en de Vrienden van het Lied

Winterreise Christoph Prégardien 10/2/2013 Amsterdam

Interview Christoph Prégardien

Onderkoelde dramatiek en 'heiteres Behagen' bij Persson

Vuurwerk bij Nieuwjaarsconcert IVC

 

Finleys onterechte angst voor Die schöne Müllerin

kirchschlager
foto:  Nikolaus Karlinsky

Interview Kirchschlager Duits/Deutsch

Interview Kirchschlager wörtlich Duits/Deutsch

Nederlands & English volgt/follows

Kirchschlagers 'bess'res ich'(recensie)

 

mojca erdmann

Mojca Erdmann:
Meine Ruh' ist hin
(recensie)



Robert Holl & Rudolph Janssen:
Im Lied das tiefe Leid
(recensie)

Mattijs van de Woerd

foto:  Marco Borgreve

Aan het einde van de dromen (recensie)

Binnenkort:

Interview Angelika Kirchschlager Nederlands / Interview Peter Schreier / Wolfgang Holzmaier over Fritz Wunderlich

De kwellingen van Bostridge (recensie)

Verslag masterclasses Meinard Kraak en Peter Schreier en recital Miricioiu/Leiferkus

Verslag masterclass Nelly Miricioiu

Wunderlich's fair Maids / De drie schöne Müllerinnen van Wunderlich (Engels)

Ade, ich geh nach Haus
(acht tenoren sturen de schöne Müllerin naar huis)
Over het Duitse van de Romantiek

Over romantiek en ironie

Pictures IVC 2012: 1, 2, 3, 4, 5