Du holde Kunst - over de liedkunst
Bewerking van een detail van het manuscript van 'An die Musik' met de woorden 'Du holde Kunst' in het handschrift van Schubert

Du holde Kunst- over de liedkunst

 

De echo van de componist


foto: Ronald Knapp

Het concert van Christinne Stotijn en Joseph Breinl op 28 november in de kleine zaal stond in het teken van The poet’s echo, een kleine cyclus van Britten op teksten van Poesjkin. Doordat Stotijn net hersteld was van een verkoudheid had ze besloten nu net dit stuk niet uit te voeren, zodat strikt genomen de avond in het teken stond van de echo van de stilte.

Stil was het echter zeker niet. Stotijn zou Stotijn niet zijn als ze niet regelmatig indruk wist te maken met haar forti. De muziek was daar deels ook uitermate geschikt voor. Toch wist ze in ieder geval op mij de meeste indruk te maken op andere momenten.
Zo eigenlijk al in het eerste stuk, Weil auf mir, op tekst van Lenau. Ives schrijft piano aan het begin en zo begon Stotijn ook, nu ja, een aan mezzoforte rakend piano. Met een mooie klank die gedurende het lied mooi van kleur en mooi egaal zou blijven. Ondanks de verkoudheid van daarvoor was Stotijns stem er helemaal, hier en daar klonk een kleine aarzeling in de tekst, maar dat zal slechts een enkeling gemerkt hebben. Ook Du alte Mutter (Vinje) begon piano en bleef in dezelfde vrij zachte sfeer en dat gold in feite ook voor Ich grolle nicht.
Hierbij deed zichter iets zeer merkwaardigs voor. Allereerst kun je het stuk niet los denken van Ich grolle nicht van Schumann (uit Dichterliebe). Bij Schumann moet je de tekst eigenlijk lezen als Ich grolle doch (grollen is wrok koesteren, boos zijn). Ives begint echter mf en weet herhaaldelijk terug te keren naar piano en eindigt het stuk zelfs ppp (pianissisimo, na piano en pianissimo). Kort daarvoor staat er echter ook nog fortissimo. Stotijn en Breinl kozen ervoor om het zachte ervan te benadrukken en verkleinden de dynamiek. Alle tekens worden dus geïnterpreteerd binnen een soort mezzoforte. Die vrijheid heb je als uitvoerenden en misschien was het hier ook wel op zijn plaats, omdat de echo van Schumann altijd blijft meeklinken bij dit stuk. Ik vond het dan ook echt mooi, het stond op zichzelf en tegelijk ook niet, het was echt een echo van Schuman, maar een becommentariërende echo.
(Het is overigens ook nog op een andere manier een echo: in zijn bundel 114 songs staat een opmerking onder het stuk, dat Ives hevig bekritiseerd is om zijn vermetele poging te concurreren met Schumann (en onder andere Brahms). Daarna volgt er een excuus (het waren maar oefenstukken) maar dan komt weer de opmerking, dat de stukken opgenomen zijn niet ondanks, maar juist vanwege de kritiek. Ives grollt dus wel degelijk en publiceert daarom deze stukken in zijn bundel 114  songs.)


Bij Brahms, pardon, Ives’ Feldeinsamkeit, speelt dezelfde echo een rol. Hier is het echo-effect echter minder sterk. Ives zet net wat andere accenten en toont ons meer de voorbijdrijvende wolken. De Ives-liederen werden – origineel of niet  - door het duo zeer goed uitgevoerd.
Daarna stonden teksten van de onnavolgbare Rilke getoonzet door Samuel Barber op het programma. Helaas heeft Barber de teksten niet in het Duits getoonzet, en op een merkwaardige manier deed de muziek ook eerder aan de Franse impressionisten denken dan aan Barber – wat geen achteruitgang inhoudt. In Un cygne vind je een prachtige vergelijking van de spiegeling van de zwaan in het water met de geliefde, die het trillende beeld van vreugde en twijfel aan het onze toevoegt. Een echo dus, maar dan in beeld. De mystiek van Rilke is heel moeilijk in muziek te vangen. Ik betwijfel eerlijk gezegd of Barber daar echt in geslaagd is. Bij vlagen wel in ieder geval. Stotijn en Breinl waren goede vertolkers van Barbers werk  en Stotijn handhaafde haar uitgewogen vocale prestaties.


Daarna had de cyclus The poet’s Echo van Britten moeten volgen. Jammer want hij lijkt me echt geschikt voor Stotijn. Maar wie weet, misschien mogen we deze nog eens in een volgend concert beluisteren.

Het concert vervolgde met Copland, hier en daar wat vuurwerk, goed uitgevoerd, maar niet, zoals ik in de pauze begreep van enkel leden uit het publiek, ieders ‘cup of tea’. Waarschijnlijk zou het ook bete geklonken hebben als tegenhanger van Britten.
Hoe dan ook had het duo al voor de pauze een soms roerende maar altijd goede vertolking gegeven van en aantal niet altijd even gemakkelijke werken.

Na de pauze vervolgde het duo met Rimski-Korsakov. Prachtige Poesjkin-teksten, mooie muziek, zeer goed uitgevoerd met nog steeds een egale stem, alhoewel ik hier en daar toch ietwat restjes van de verkoudheid dacht et horen. Dat nam niet weg dat het ene zeer overtuigende uitvoering was. Hier in Nederland ook minder vaak uitgevoerd, dus ook dat was een reden om er blij mee te zijn.
Met Bernstein keerde we weer terug naar Rilke. Het duo koos er echter voor om in plaats van pianissimo zoals dat  de partituur staat mezzoforte te beginnen en al snel kwam het terecht in een dynamiek die wel heel erg verschilde van die indruk die de partituur maakt – en de dynamiek van andere uitvoerenden. De sfeer van het prachtig gedicht van Rilke kwam in ieder geval niet zo goed uit de verf. Dat gold nog meer voor het tweede lied – When my soul touches yours. Het crescendo op Oh van piano naar forte was afwezig, de toon begon al in forte. Later in het lied kwam het gevoel van de tekst toch nog terug, maar voor mij was het een te dramatische aanpak van deze intieme muziek en tekst. Ook leek het alsof de kleur van de piano en de stem elkaar in de weg zaten – misschien waren het simpelweg niet de liederen voor haar Stimmfach.
Bij Amy Beach was het omgekeerd: daar gaf het duo een uitvoering waarbij haar stem nu juist een extra dimensie gaf aan de muziek. Hier was de samenwerking tussen Breinl en haar ook voorbeeldig, zoals meestal gedreunde dit concert. Het locomotief-thema in The Year’s at the spring was hoorbaar maar overheerste de stem nooit. Ook de andere Haar stem komt toch meer tot zijn recht bij repertoire dat geschreven is met ene wat grotere stem in de gedachten. Dat doet ze dan ook heel erg goed met subtiliteit binnen deze dynamiek en daarin is Stotijn een uniek talent.
Dat was misschien nog he allerbeste te horen in de toegift. Stotijn begon haar toegift met de presentatie van Zarja, het door haar geschreven kinderboek, geïllustreerd door de in 2014 overleden illustrator en vriend Sieb Posthuma. Aan hem droeg ze Tsjaikovksi’s ‘Moi geni, moi angel’, op. Mijn genie, mijn engel, mijn vriend, zo begint het lied waarin niet alleen de prachtige kleur van haar stem horen, maar ook alle subtiliteit die ze kan leggen in he interpreteren van muziek en teksten. Erg roerend maar vooral heel erg mooi. Een prachtig concert dus, met deels minder vaak uitgevoerde muziek die in Stotijn een groot pleitbezorger had gevonden.

(Opmerking: om technische renden is het tweede deel van de recensie mogelijk pas later zichtbaar geworden. Du holde Kunst gaat de komende weken over op een nieuwe site om dat soort problemen te voorkomen.)

 

Recent: Recensie Gerhaher.