Du holde Kunst - over de liedkunst

 

Bewerking van een detail van het manuscript van 'An die Musik' met de woorden 'Du holde Kunst' in het handschrift van Schubert

Du holde Kunst- over de liedkunst

IVC halve finale lied duo
Beelen en Siljanov: honderd procent concentratie, nul procent ijdelheid

Florieke Beelen tijdens de halve finale Lied Duo van het IVC op 8 september 2014, foto: Dré de Man

Zou u ook wel eens in de toekomst willen kijken? Welnu, dat kan. Bij het internationaal vocalisten concours in den Bosch doet al vijftig concoursen de toekomstige wereldtop aan zangtalent mee. Dit jaar is er voor het eerst zelfs een aparte categorie Lied Duo, zodat nu ook de toekomstige liedtalenten kunt zien. Du holde Kunst woonde de halve finale bij en zal verslag doen van de finale en de masterclasses.

Tussen de eisen van een zangcompetitie en die van het lied zit een zekere spanning. Een zangcompetitie vergt van de zanger dat deze erop gericht is de stem zo goed mogelijk tot uitdrukking te laten komen en die eis staat haaks op het vaak vertellende, intieme karakter van het lied. Alleen de allerbesten kunnen aan deze paradox ontsnappen. In die zin laat zo’n competitie dan toch weer zien wat we kunnen verwachten van een zanger(es), want aan een debuut in bijvoorbeeld de Kleine Zaal brengt deels dezelfde spanning met zich mee.

À propos spanning: laat ik u nu niet in spanning laten en meteen over de finalisten beginnen, over degenen die door mogen naar de finale.
De grote verrassing was voor mij Florieke Beelen. Twee jaar jaar geleden werd ze niet toegelaten en nu zit ze in de finale van zowel Opera Oratoria als van Lied Duo. Haar stem is gegroeid in vergelijking met twee jaar geleden, die is groter geworden terwijl de kleur nog warmer is. Het paste goed bij bijvoorbeeld Rachmaninov en Mahler. Opvallend was echter in vergelijking met 2012 vooral haar concentratie. Florieke is niet het prototype van de zanger, in die zin dat ze helemaal niet zo ijdel is. Het nadeel van het ontbreken van ijdelheid is vaak, dat dat ook een afwezigheid van de uiterste drang om de eerste plaats te bereiken inhoudt. Nu was die concentratie zeer goed te zien en te horen, tekstbegrip was heel goed en ze was de enige die me echt geraakt heeft. Toegegeven, dat is een zeer subjectief criterium – maar aan de andere kant ook het criterium waar het in de kunst om gaat. Daar stond ik niet alleen in, het gold ook voor de toeschouwers met wie ik sprak en ik zag ook juryleden erg geboeid luisteren. Als ik nog iets zou mogen wensen, dan zou dat een net iets diepere muzikale analyse zijn, zoals de opera-winnares van 2012 Gulnara Shafigullina ook bij het lied liet horen. In het geval van Beelen is er natuurlijk nog tijd genoeg om dat gemis goed te maken.

Boeiend was ook de voordracht van Milan Siljanov – ook hij is overigens toegelaten tot beide categorieën, zij het dat hij bij Opera Oratorium in de halve finale gestrand is. De Zwitserse bas-bariton toonde een zeer goede beheersing van zijn stem met bijvoorbeeld zeer lage noten die hij over heel verschillende kleuren kon geven. Hij zong vrijwel foutloos (iets wat bij een competitie natuurlijk heel erg belangrijk is) en wist ook bij ieder lied het verhaal goed over het voetlicht te brengen. Zijn uitdrukking was vooral die van de verteller, op geen enkel moment ging het over Milan en toch hoorde je dat hij een goede zanger was. Ook hij zong zeer geconcentreerd en toonde geen ijdelheid. Siljanov en Beelen lijken vooral honderd procent concentratie en nul procent ijdelheid gemeen te hebben.

Milan Siljanov, foto Dré de Man

De andere twee finalisten – Ellen Valkenburg en Marie Perbost – staan voor mij lager, maar wellicht voor de jury hoger op de lijst. Perbost liet ook bij eerdere gelegenheden horen (onder andere bij de meerdaagse masterclass van de Schubert Stichting) dat ze in staat is liederen zeer goed uit te voeren, zowel technisch als qua interpretatie. Als ik in jury zou zitten dan zou ik haar over het hele front goede cijfers moeten geven. Aan de andere kant heeft ze mij nog nooit kunnen raken of verrassen – maar misschien is ook dat persoonlijk. Bij Ellen Valkenburg geldt dat in nog sterkere mate. Haar lichte sopraan beheerst ze heel goed,  maar geboeid, laat staan geraakt, werd ik niet. Schuberts Ellens Gesang (niet het Ave Maria maar uit mijn hoofd het eerste) leek me afgezien van de naam niet zo’n gelukkige repertoire-keuze. Er was nauwelijks of geen verschil tussen de verschillende strofes en zelfs woorden. Ik kreeg het gevoel dat ze niet begreep waar de tekst eigenlijk over ging.


Sebastian Seitz, foto Dré de Man

Sebastian Seitz begon zijn programma heel goed, maar wist in An den Mond (Schubert schreef er drie, hier D 193) de treurigheid van de verlatene alleen in het eerst deel tot uitdrukking te brengen, het middendeel was deels te snel en te vrolijk (ook bij de pianist kwam dat niet uit de verf). Een gemiste kans want het lied, waarbij de stemming meteen gezet wordt met een citaat uit de Mondscheinsonate, kan zeer ontroeren en is vooral heel mooi. Het leek alsof het duo niet de tijd had gevonden aan het lied te werken. Seitz is echter het lied zeer toegedaan dus ik hoop en verwacht dat hij zich in de toekomst zal revancheren. Hij heeft er in ieder geval de potentie voor.

Ook bij de derde bariton in de halve finale – Michael Wilmering - had ik het gevoel dat hij het een stuk beter zou kunnen. Wilmering’s Erlkönig bijvoorbeeld had wel genoeg spanning, maar miste perfectie. Zo had hij geen drie (of zo u wil vier) stemmen maar in wezen slechts twee. Ook dit is een kwestie van repertoire-keuze: àls je al zo’n pièce de résistance uitkiest, moet je je wel meten aan heel wat illustere voorgangers. Ook verder was hier en daar te horen dat er nog werk te doen was. Wilmering weet nu al op meerdere momenten zeer te fascineren; misschien heeft hij gewoon nog twee jaar nodig om de zanger te worden die hij zou kunnen zijn.

Bij de Poolse mezzo Agate Schmidt kreeg ik dat gevoel in nog sterkere mate. In het algemeen zong ze eigenlijk goe,d soms zelfs heel erg goed, maar Brahms’ Von ewiger Liebe leek slecht voorbereid: heel veel fouten tegen de Duitse taal waarvan enkele de indruk wekten dat ze niet wist wat ze zong en twee keer slikte ze vrij letterlijk een redelijk lange noot in – misschien was ze ook wel gewoon heel zenuwachtig. Heel jammer, maar zoiets hoort ook bij een concours. (Maar: lees ook mijn bespreking van de masterclass van Jard Van Nes en Irwin Gage.)


Michael Wilmering, foto Dré de Man

De halve finale Lied Duo bood een zeer boeiende inblik in de ontwikkeling en potentie van tien jonge duo’s die vrijwel allemaal op een recital niet zouden teleurstellen. Sommigen waren ook als duo heel overtuigend, andere duo’s leken toch meer gelegenheidsformaties. Onder andere om die reden heb ik de duo’s ook niet als duo beoordeeld en me meer op de zangers geconcentreerd.
Het instellen van de categorie Lied Duo door het IVC is een zeer lovenswaardig initiatief. De bekendheid van het bestaande concours zal ongetwijfeld de bekendheid van het lied en van de liedzangers vergroten. Op sommige punten viel echter te merken dat de anders zo goed geoliede machine van het IVC nog niet helemaal op het lied was ingesteld. Zo waren de programma’s wel erg lang. Bij de betere zangers was dat een genot, maar bij de mindere goden begon je dan toch uit te kijken naar de volgende kandidaat. Het ontbreken van teksten, met name voor het minder bekende repertoire, was ook storend. Het maakt het voor het publiek in feite onmogelijk de zangers te beoordelen. Je zou ze in ieder geval met een beamer hebben kunnen projecteren. Toegegeven, in dit opzicht wijkt het IVC niet af van de andere competities en van veel masterclasses.
In ieder geval bood de competitie een fraai uitzicht op de verre vocale toekomst. Voor het zicht op de zeer nabije toekomst kunt u op twaalf september weer in Den Bosch terecht: dan is de finale van Lied Duo en de volgende dag van Opera Oratorium.

Dré de Man

(V 1.01: correcties tikfouten en lichte aanpassing verhouding lof/kritiek.)